Website van een IAMer met een vlot pennetje
In: Road Trip USA
4 aug 2008Met meer dan 10.000 kilometer op de teller en 23758 insecten die kennis hebben gemaakt met onze voorruit, reden we richting Canada; het land waar de feet veranderen in meters, de miles in kilometers en de gallons in liters. Ik keek weer erg uit naar onze eigen maatstaven, maar nog meer zin had ik in Vancouver. Mede Lutjebroeker Martijn heeft hier zes maanden stage gelopen en hij is er altijd zo enthousiast over dat het gewoonweg dom zou zijn om niet even langs te wippen in deze Canadese stad.
Voordat we waren aangekomen hadden we nog wat suggesties gekregen. Tips als het bezoeken van: mooie stranden, een Chinese tuin, plekjes voor spectaculaire uitzichten, een park met de mountainbike en wat toffe dingen die sowieso al te duur voor ons waren. Tijdens de rit naar Vancouver pakten donkere wolken zich boven ons samen. Bij aankomst was het weer waardeloos. De dikke wolken en regen smeten vrijwel alle suggesties die we vooraf kregen in het water. Wat een afknapper!
We wilden niet dat ons bezoek voor niets was dus gingen we net zo lang zoeken tot we iets leuks tegenkwamen. We parkeerden de auto langs de weg, en prompt liep Tobias vier meter van de auto tegen een verkeersbord aan dat op de weg lag. Wat dat bord daar deed wisten we niet, en aangezien wij van schone straten houden ging dat bord in de pocket en hadden we ons eerste souveniertje uit Canada al te pakken
.
Langzaam begon het steeds een tikje meer op te klaren. Zonnig zou het nooit worden, maar toen de regen stopte, kozen we ervoor om toch maar even te kijken bij Stanley Park. Eindelijk kregen we het gevoel dat ons bezoek weldegelijk de moeite waard zou kunnen worden! Niet ver van Stanley Park lag een groot meer waar watervliegtuigjes af en aan vlogen. Het was erg vet om te te zien hoe ze op het water landden. De bergen met vele huisjes op de achtergrond zorgden daarbij ook nog eens voor nét dat beetje extra.


Na het zien van al dit moois, liepen we nog even rondje door wat winkelstraten. We kwamen heel wat leuke dingen tegen, zoals een Nederlands pannenkoekenhuis! Helaas was het gesloten dus konden we er niet gaan eten. Ook kwamen we een zwerver tegen die lag te slapen. Een meeuw at ondertussen zijn laatste restjes eten op.


Er waren ook minder leuke dingen. Dat een grote, zakelijke stad als Vancouver nog steeds van dat soort crappe toko’s met Comic Sans logo’s huisvest, kon ik maar moeilijk verkroppen…



Na een hap bij de lokale Turk moesten we er alweer vandoor. Het was dan ook bijzonder spijtig dat we tijdens het wegrijden nog door wat hippe straten reden. Op zich hadden we er nog wel een tijdje willen blijven, maar helaas moeten we de komende twee en een halve week nog iets van 8000 kilometer afleggen. We willen daarnaast nog wel het een en ander zien, dus het wordt de komende tijd kilometers vreten tot we er bij neervallen.
Ondertussen reden we nog een aardig stuk door Canada om wat te genieten van de bergen en de natuur. Iedere keer dat we weer bergen zien, raken we onder de indruk. We begonnen in Gatlinburg met bergen en donkergroen gekleurde bomen. Toen kwam daar de Apache Trail in Phoenix met kale zandkleurige bergen en wat kaktussen. Daarna de schitterend rode bergen in Sedona met hier en daar wat mooi groens. In Canada waren de bergen bedekt met mooie volle groengekleurde bomen. Wat deze tocht voor het ‘WOW-moment’ zorgde waren de wolken. Je kon ze haast aanraken! Van veraf leek het alsof er een warme witte deken over de bergen lag, van dichtbij deed het me denken aan woeste golven die tegen de bergen aanklotsten. Het was werkelijk adembenemend, en net zoals vele plekken tijdens onze trip: eigenlijk niet met camera vast te leggen.

Niet veel later reden we op hoger gelegen wegen en vielen er wat gaten in het wolkendek. Omdat de zon onder ging, zorgde dit nog eens voor een onbeschrijfbare oranje gloed. We wisten werkelijk niet meer wat we zagen en reden met een grote smile verder door Canada, om uiteindelijk weer bij de grens met Amerika te belanden. Daar verdween de glimlach helaas snel van onze gezichten. Zo makkelijk als we vanuit de USA naar Canada reden, zo moeilijk was het om terug te komen. De borderpatrol wilde namelijk onze vliegtickets zien, en aangezien we alles digitaal hebben gedaan (ow heerlijk die techniek van tegenwoordig), hadden we geen ticket. De man was daar weinig content mee en vroeg waar we precies heen reden, maar ook dat wisten we natuurlijk niet! De man toonde maar weinig sympathie toen we over de roadtrip vertelden, en het leek hem beter als we de auto parkeerden zodat ze hem helemaal ondersteboven konden keren, op zoek naar eventuele ‘weapons of mass destruction’ ;o.
Wij maakten ons totaal niet druk want we hebben helemaal niets verkeerd gedaan. Terwijl wat kerels bezig waren om onze auto te doorzoeken, kregen wij binnen een vragenvuur van jewelste over ons heen. Waar we vandaan kwamen, op school zaten, wat we in Amerika deden, hoe we aan het geld kwamen, etcetera etcetera. Even later kwamen de heren echter terug met… het verkeersbord uit Canada. Au. Nu begon het toch wel een tikkie ongemakkelijk te worden. Ondertussen stond er een man of vier van de doane om ons heen. Ze wilden weten wie van ons het bord had meegenomen. Tobias deed zijn verhaal, maar de heren leken ons niet te geloven. De man met leren handschoenen en het verkeersbord in de hand vertelde dat er in Canada een boete van 10.000 dollar op het jatten van verkeersborden staat. Ondertussen maakten mijn hersenen overuren om te bedenken hoe we ons uit deze benarde situatie zouden kunnen redden. Tobias vertelde dat we dat niet wisten en dat we het bord meteen weg zouden gooien. De man raadde ons dat ten zeerste af, want op vervuiling zou een nog veel hogere boete staan. Toen viel het kwartje. De heren hadden waarschijnlijk een saai avondje en wilden even een lolletje. Nou die hebben ze gehad, en wij ook wel eigenlijk
. Uiteindelijk kwamen we aan in een of ander vaag stadje waar we nog even een kroegje hebben bezocht om onszelf te trakteren op wat heerlijk goudgeel sap.
DAG 2
De dag erna vervolgden we onze weg richting Yellowstone Park. Het was weer een mooie rit door de bergen, zonde dat er bosbranden waren in het schitterende gebied. Overal zag je plekken met rook en dat was echt niet tof.


Wat trouwens ook niet tof was, was het lichtje op ons dashboard dat al enige dagen brandde. De druk van de banden was niet goed verdeeld, dus dit moest even gefixed worden door een garage. Naast het lampje van de luchtdruk brandde er de afgelopen 4000 kilometer nog een ander lampje. De olie moest namelijk worden ververst, maar omdat wij het niet willen betalen (we huren de auto immers), en omdat we te lui en arm waren om Alamo (de verhuurder) te bellen, hebben we er tot dusver niets aan gedaan. Ik besloot de vrouw die ons hielp toch maar eens te vragen of het normaal is dat wij dit zelf regelen of dat het Alamo dit moest doen. Ze dacht het laatste, maar ging meteen voor ons met Alamo bellen. We mochten koffie en popcorn pakken terwijl de monteur bezig was met de bandenspanning. Uiteindelijk zat ik met iemand van Alamo aan de lijn, en we mochten zelfs een nieuwe auto uitzoeken! Helaas waren er bij de dichtstbijzijnde Alamo (die toch een heel eind weg was) geen auto’s die zo goed waren als die van ons, dus we mochten de olie laten vervangen en we krijgen het geld vergoed. Weer een probleem uit de wereld, en allemaal dankzij de superaardige vrouw van de Les Schwab Tires! Het was weer ongelooflijk hoe goed men ons hielp zonder dat wij ook maar iets hoefden te betalen. Ik kan er nog steeds niet bij…
Blij als we waren reden we weer verder. We namen een kleine pauze in het stadje Spokane. We liepen even rond en gingen een atelier in. Daar zaten twee gasten die ons een kleine rondleiding gaven en vertelden over alle kunstenaars waarvan er werk stond. Ook waren ze oprecht geinteresseerd in onze trip, dus het liep weer uit op een interessant gesprek met een stel Amerikanen. Verderop in Spokane kwamen we wederom iets Hollands tegen. Ditmaal een koffiehuisje. Dennis en ik, koffiedrinkers bij het leven, moesten natuurlijk even op de foto bij de Dutch Bros Coffee

Na de sightseeing in Spokane reden we verder naar het stadje Kellog (jaja, klinkt bijna net zo vet als Lutjebroek) om iets te eten. Wat we daar zagen was allerminst prettig voor het oog en je eetlust. We kregen de meest lelijke, vatsige, onverzorgde, moddervette! (roept Dennis enthousiast tussendoor) vrouw die ons van eten voorzag. Er is geen woord van overdreven. Ik probeerde een foto te maken met m’n mobieltje, maar die foto was gewoon te groot om te openen. Het was echt niet grappig meer! En het erge was nog dat ze bedrijfskleding aan had dat bestond uit een HEEL KORT broekje. Ow my… ik moet nu echt stoppen. Die beelden… horror! Maar goed, ze was wel heel aardig verder en we hebben lekker gegeten
.
Met het eten achter de kiezen, reden we wederom verder naar een of ander stadje in de middle of nowhere. We hebben langs de bergen nog één stop gemaakt. Er stroomde een klein riviertje met water dat je gewoon kon drinken, zo schoon. Daarnaast wisten we onszelf toch weer een ruim half uur te vermaken met het gooien van kiezelstenen in de ‘rivier’.

Na ons dagelijkse pleziertje kregen we dorst en stopten we in niemandsland om een hotel te pakken, een biertje te scoren en om te kijken of we konden communiceren met de lokale bevolking. Hieronder een korte samenvatting van de conversatie in het kroegje waar zo’n vijftien mensen aanwezig waren, varierend van een jaar of dertig tot zestig:
Wij: Hi there.
Vage hillbilly: Hi, mmmm, we don’t know you.
Wij: Yeah, thats possible… We’re from Amsterdam.
Vage hillbilly: What? Amsterdam? Hehe? Am-ster-dam? O my…
Vage hillbilly: O MY! AMSTERDAM? WHAT THE?
Vage hillbilly: FUCK! GUYS! GUYS! COME HERE FAST! PEOPLE FROM AMSTERDAM! O MY! JEZUS!
Vage hillbilly: HAHA! Holy fuck guys? What the fuck are you doing HERE?!
Meteen haalden ze bier voor ons en werden we welkom geheten als ware artiesten. We babbelden vrolijk verder met al die mensen die waarschijnlijk nog nooit iemand buiten het dorpje hadden ontmoet. Tijdens het observeren zagen we dat het volk kon opscheppen wanneer er een iemand de titel van een liedje wist dat voor de radio kwam, en wanneer de rest dit niet wist. Ik ben er 100% zeker van dat niemand in die hele tent de titel uberhaubt zou kunnen spellen, en dat maakte de hele situatie alleen maar grappiger.
Al met al waren ook deze mensen weer ontzettend aardig. Na de standaard praatjes over wiet en al die zooi kregen we nog wat vette tips voor Yellowstone Park. Of die adviezen ons ten goede zijn gekomen, en of we dus inderdaad weer wat toffe dingen hebben gezien in het park horen jullie snel.
Ow ja, de jongens wilden persé dat ik iets vertelde over de mustangs die we onderweg gezien hebben (wilde paarden). En Dennis heeft een Eland gezien, zijn oogjes fonkelen nog na, dus bij deze: jullie zijn weer helemaal op de hoogte!
Dit bericht is een copy van mijn bericht op Roadtrippers.nl. Meer lezen over mijn trip door Amerika (en Canada)? Check Roadtrippers.nl.
Dit is de website van Piet Buijsman, afgestudeerd in Interactieve Media met als specialisatie Content en Communicatie. Op deze website kun je mijn blog lezen, mijn portfolio inzien óf mijn CV bekijken. Mocht je nog vragen of opmerkingen hebben, dan kun je natuurlijk altijd contact met me opnemen.
Al 5 reacties op Canada en heeeeel veeeeel meer
Inger
maandag 4 augustus 2008 om 12:08 uur
Hey ik wist niet dat jullie naar Canada gingen… vetjes
Herbert
maandag 4 augustus 2008 om 17:33 uur
Hallo jongens.
Ik heb weer met volle teugen genoten van Piet,s verhaal.
Herbert
Maaike
maandag 4 augustus 2008 om 19:32 uur
Hey broertje,
Leuk verhaal weer hoor!
Idd, dat Comis Sans lettertype is so annoying;)
Genietse en de groetjes aan de rest!
Kus Maaike
Tom
donderdag 7 augustus 2008 om 12:38 uur
Had jullie hoofden wel eens willen zien toen jullie werden aangehouden door die agenten
!
Inge
donderdag 7 augustus 2008 om 17:00 uur
Hoi jongens,
Dit verhaal en de foto’s zijn weer SUPER, Ik wacht nu al op het volgende avontuur.
groet Inge